Vanuit Wijsheid zie ik dat ik niets ben,
Vanuit Liefde zie ik dat ik alles ben,
Tussen deze twee ontvouwt zich mijn leven.
Sri Nisargadatta Maharaj
Ik besta, zoals de meeste mensen, uit een verzameling verhalen, die elk een deel beschrijven wat er werkelijk is gebeurd. Verhalen veranderen voortdurend, afhankelijk van de beleefde tijd, mijn bui, de dagelijkse beslommeringen en wie er luistert.
De verhalen die het verst teruggaan herinner ik me in zwart-wit. Ze gaan over het langdurige verblijf van mijn zusje in het Zeehospitium in Kijkduin. Die was anderhalf jaar eerder dan ik met een lichamelijke handicap ter wereld gekomen. Een gebeurtenis die mijn eigen beperkingen overschaduwde, die je niet zag en ook niet gezien werden, maar die ontegenzeggelijk mijn ontwikkeling gedurende mijn leven frustreerden. Hoe de emotionele beschikbaarheid, van een gesloten moeder en een licht ontvlambare vader, toen al tekortschoot en ik al op jonge leeftijd leerde in stilte de wonden te likken.
Protocol
En hoe pas vijfenveertig jaar later, tijdens een crisis waar ik hieronder van vertel, eindelijk de juiste diagnose werd gesteld; het Syndroom van Klinefelter, 47 XXY. Hoe aangeboren aandoeningen van geslachtshormonale aard, tot laat in de 20e eeuw, hoewel goed bedoeld, moedwillig werden verzwegen.
Andere verhalen draaien om de kunsten, hoe ik van kinds af aan mijn eigen kijk op de wereld vormgeef en niet die van de meeste mensen. Hoe ik op de kunstacademie werd toegelaten omdat ik goed kon tekenen en hoe ik later als beeldhouwer examen deed. Hoe kunst schoonheid en troost biedt in het leven van alledag en hoe ik dat nog steeds gebruik in mijn werk als begeleider.
Er is ook een verhaal waarin ik de inspirerende werking van alcohol ontdekte, die me hielp de voortdurende en vaak hinderlijke gedachtenstroom vorm te geven. Ik ontdekte daarmee ook hoe de afhankelijkheid zijn werk deed die me dertig jaar lang vergezelde.
Van de snoeshanen en de paria
In andere verhalen gaat het om de mensen die ik ontmoet, hoe ik me van jongs af aan meer verwant voel aan de vreemde snoeshanen, de buitenbeentjes en de paria en hoe ik er zelf een werd of misschien altijd al was. Hoe het maatschappelijk werk al zeker drie generaties in de familie van mijn moeders kant zit, hoe bekommernis om de mensen die dat nodig hebben levensvervullend kan zijn en hoe ik kennelijk aan de beurt ben om die traditie voort te zetten.
Er is echter een cluster van verhalen waarin alles eindigt en opnieuw begint.
'In dat jaar implodeerde mijn leven als gevolg van een existentiële crisis die alles verbrokkelde: mijn huis en mijn haard, mijn huwelijk en mijn bedrijf, mijn relaties met vrienden en familie, mijn geestelijke gezondheid, die samen met het verlies van mijn cognitieve vermogens mijn geschiedenis vervormde. Wat overbleef was mijn bedroevende gezondheid, een uitzichtloze situatie aan de zelfkant, een paar boodschappentassen met wat kleding en enige snuisterijen uit een ver verleden en mijn hond. De rest was weg.', schreef ik in een van de werkstukken voor de opleiding aan de Academie Integrale Menswetenschappen SPSO.
" Het klinkt misschien ironisch uit de mond van een hulpverlener, maar ik zorgde er wel voor dat ik uit de klauwen van de zorg bleef. Ze deden in mijn ogen meer slecht dan goed —een uitzondering daar gelaten— en leerde indirect van hen hoe belangrijk het was voor het succes van mijn herstel, om zelf de regie te blijven houden . . .
. . . hoe slecht ik er soms ook voorstond."
Ik was jarenlang zonder inkomen en zonder vaste woon- en verblijfplaats en ervaarde, samen met de voortdurende onveiligheid, de ontwrichtende werking van chronisch gebrek. Je verandert in de schaduw van jezelf als je te lang in de overlevingsstand staat. Daarin verschilt, voor sommige mensen, de zelfkant niet veel van het dagelijkse leven in de maatschappij.
Crisis kan zo ontzettend veel dichterbij zijn dan je denkt, ook als je veronderstelt er warmpjes bij te zitten. Het is een griezelige gedachte dat alles zomaar, in een enkel ogenblik, kan veranderen in een allesvernietigende rampspoed waarin je alles verliest wat je hebt.
Overpeinzingen
Søren Kierkegaard zei eens:
"Het is beslist waar, zoals de filosofen zeggen, dat het leven naar achteren moet worden begrepen. Maar ze vergeten de andere kwestie, dat het leven naar voren moet worden geleefd."
En zo kijk je altijd vooruit de ongedifferentieerde toekomst in. Je hebt geen idee waartoe je werkelijk leeft. Al omkijkend schik je je eigen levensloop, voortdurend verrijkt met nieuwe ervaringen en inzichten, waardoor alles toch weer bedoeling en betekenis krijgt. Elke stap voorwaarts verandert, samen met je geschiedenis, je verwachting van wat komen gaat. Maar die stap voorwaarts vraagt ook een solide basisvertrouwen, die je kwijt kunt raken en die je eigenlijk alleen in verbinding terug kunt vinden. Ik denk dat goed hulpverlenen is: samen op pad, tot zich uitkristalliseert wat altijd gezocht werd, wat het ook is, en dan blijven.
Hoop
Het geheel aan verhalen is eigenlijk nooit compleet. Er blijft altijd een gebied in onszelf wat wij niet kunnen beschrijven, althans niet met de taal die ons ter beschikking staat. Dat onbeschrijfelijke deel, waar wij voortdurend naar op zoek zijn en wat wij ons 'zelf' noemen, oefent een enorme aantrekkingskracht uit. We vangen er weleens iets van op wanneer, in een onbewaakte ogenblik of wanneer we er het minst op berekend zijn, iets zich aandient wat ons ten diepste ontroert. Een ervaring van waarheid in iets onbeduidends, een herkenning van schoonheid in een kleine gebeurtenis of het gevoel echt iets voor de ander te kunnen betekenen.
Herstel
Er is namelijk ook een verhaal waarin ik in pure wanhoop geen idee had hoe het verder moest — sommigen noemen dat rock bottom geloof ik— waarop ik zag dat de weg die ik te bewandelen had strikt de mijne was, waardoor er geen keuze was maar alleen een rechtdoor. Dat mijn wanhoop en eenzaamheid voorwaardelijk waren voor de aanvaarding van die weg en dat juist dan de hoop je bereikt die je doet doorgaan, ook als alles verloren lijkt. Ik denk dat ons 'zelf' aan onze ziel verwant is waarmee wij, ongemerkt maar grenzeloos, in verbinding staan met elkaar, met de wereld en met de kosmos. Met de ontdekking dat ik met dat deel, behalve mezelf, tegelijkertijd ook alles ben nam ook de trek in alcohol, die permanent speelde, langzaamaan af.
Geluk
Het ongeluk komt zelden alleen, wat ook geldt voor het geluk, is mijn ervaring. Ze komen beide uit hetzelfde vat. Als als vanzelf ontstond daar ook weer een maatschappelijk bestaan en, samen met nieuwe hulpbronnen, vormde zich mijn herstel. Wanneer de angst zakt lacht alles je weer toe, zoals het het eigenlijk altijd al deed. Ik ontmoette de liefde van mijn leven, die mij al na een week in huis nam met mijn drie tassen, mijn hond en mijn verzameling verhalen. Samen kregen we een zoon, kroon op ons geluk. Voor mijn 'sabbatical' — zoals ik deze periode wel eens noem — had ik een aannemersbedrijf in artistieke projecten. Nu ben ik sinds enige jaren als ervaringsdeskundig begeleider werkzaam binnen de maatschappelijke verslavingszorg.
"Vijftien jaar geleden had ik — volkomen berooid — nooit gedacht dat ik nog een kans zou krijgen op een tweede leven met een nieuw gezin, een huis, een baan. Dat lukt je niet alleen. Dat lukt je alleen samen met anderen."


